
De biograaf heeft zich het biografiewerk eigen gemaakt door studie, innerlijke scholing en zelfreflectie. Het biografiewerk blijkt een gebied waar het begrip ‘education permanente' in het bijzonder van toepassing is. Bovendien vraagt het een ' blijven leren van het leven', ook van de eigen levenservaringen leren. Na-scholing , masterclasses en intervisie zijn dan ook onontbeerlijk, en worden door en voor de Beroepsorganisatie georganiseerd.
Om gecertificeerd lid te worden en te blijven is de biograaf verplicht jaarlijks minimaal 10 uur aan relevante na- en bijscholing te volgen. Na- en bijscholing is bedoeld om kennis en vaardigheden op peil te houden en aan te vullen. Ook het blijven toetsen van het beroep van biograaf in de maatschappelijke context is van belang. Men kan scholing volgen die inhoudelijk is of werk- en ervaringsgericht. Van alle gevolgde na- en bijscholing dient een bewijs van deelname te worden bewaard en eenmaal per drie jaar opgestuurd te worden naar de registratiecommissie i.v.m. verlenging van certificatie.
Om het kwaliteitsniveau te bewaken maakt de beroepsorganisatie een onderscheid tussen na- en bijscholing die het vooraf accrediteert (door opleidingen die het erkent) en scholing waarvoor vooraf toestemming voor mogelijke accreditatie dient te worden gevraagd.
Voor accreditatie van de nascholing gelden de volgende regels:
de leerdoelen zijn geformuleerd en zijn bekend aan docenten en cursisten
de werkvorm is beschreven en past bij het nagestreefde doel
de deelnemer aan kan geven hoe de inhoud van de na- en bijscholing voor hem of haar aansluit bij het Beroepsprofiel van Biografieconsulent
de aanvraag voor accreditatie, een bewijs van deelname en een kopie van het programma aan de registratiecommissie wordt aangeboden.
Geaccrediteerde na- en bijscholing
Na- en bijscholing aangeboden door:
Instituut voor Biografiek, Stichting Ubuntupractica, Buitenlandse opleidingen,
de Sociale, Pedagogische en Medische sectie van de Antroposofische Vereniging Nederland.
Na- en bijscholing die leidt tot verdieping van het antroposofisch, biografisch perspectief en een algemeen antroposofisch karakter heeft.
Na- en bijscholing op het gebied van praktijkvoering.
Het geven van na- en bijscholing aan collegae op het vakgebied en/of het publiceren van artikelen in vakliteratuur.
Supervisie.
